Difference between revisions of "Was God's law available prior to Sinai?/nl"

From Theonomy Wiki
(Created page with "Hierna moet God een gedetailleerde set van statuten hebben onthuld (waarschijnlijk rechtstreeks aan Noach en zijn familie). We kunnen dit afleiden uit vier dingen: ")
(Created page with "Daarom moet er vóór de Sinaï een reeks gedetailleerde wetten, gerechtelijke en bewijskrachtige procedures en straffen beschikbaar zijn geweest. ")
 
(4 intermediate revisions by the same user not shown)
Line 7: Line 7:
 
Hierna moet God een gedetailleerde set van statuten hebben onthuld (waarschijnlijk rechtstreeks aan Noach en zijn familie). We kunnen dit afleiden uit vier dingen:
 
Hierna moet God een gedetailleerde set van statuten hebben onthuld (waarschijnlijk rechtstreeks aan Noach en zijn familie). We kunnen dit afleiden uit vier dingen:
  
# The plain "blood for blood" statement in Gen. 9:6 is not sufficient, in itself, to guide the type of action which YHWH is commanding. Consider the following questions which Noah might have had, after hearing this simple statement:
+
# De duidelijke "bloed voor bloed" verklaring in Gen. 9:6 is op zichzelf niet voldoende om het type actie dat YHWH beveelt te begeleiden. Overweeg de volgende vragen die Noach zou kunnen hebben gehad, na het horen van deze eenvoudige verklaring:
## ''Any'' shedding of blood? Or is "blood" merely a metonym<ref>A metonym is a figure of speech in which something is referred to by the name of another closely-related thing.</ref> for killing?
+
## ''Enige'' bloedvergieten? Of is "bloed" slechts een metonym<ref>Een metonym is een spraakfiguur waarin iets wordt aangeduid met de naam van een ander nauw verwant ding.</ref> voor het doden?
## ''Any'' killing? Or is killing in self-defense lawful? How about killing in defense of others?
+
## ''Enige'' moord? Of is moorden uit zelfverdediging legaal? Hoe zit het met doden ter verdediging van anderen?
## What if the "shedding of blood" is accidental (an axe head flies off: Deut. 19:5)? Is there still blood-guilt?
+
## Wat als het "vergieten van bloed" toevallig is (een bijlhoofd vliegt eraf: Deut. 19:5)? Is er nog steeds sprake van bloedschuld?
## What are the judicial procedures which must be followed when rendering YHWH's retributive justiceHow many witnesses are required? What if the witnesses lie? What would be the civil penalty for false testimony in court?<br/><br/>I could multiply questions, but you get the point. God doesn't just give ambiguous commands to kill in response to killing. He supplies additional guidance, and he must have done so to Noah. In scripture, we have a record of <em>four</em> separate instances in which even Moses had to go back and ask YHWH directly for clarification on the law which he had been givenAre we expected to believe that Noah would know everything which a civil judge needed to know merely by hearing YHWH's sentence in Genesis 9:6?
+
## Wat zijn de gerechtelijke procedures die gevolgd moeten worden bij het geven van YHWH's vergeldingsrechtHoeveel getuigen zijn er nodig? Wat als de getuigen liegen? Wat zou de civiele straf zijn voor een valse getuigenis in de rechtbank? <br/><br/>Ik zou vragen kunnen vermenigvuldigen, maar je krijgt het punt. God geeft niet alleen dubbelzinnige bevelen om te doden als reactie op een moord. Hij zorgt voor extra begeleiding, en dat moet hij Noah hebben aangedaan. In de Schrift hebben we een verslag van <em>vier</em> afzonderlijke gevallen waarin zelfs Mozes terug moest gaan en YHWH direct om opheldering moest vragen over de wet die hem was gegevenWordt er van ons verwacht dat we geloven dat Noach alles zou weten wat een burgerrechter moet weten door alleen maar de uitspraak van YHWH in Genesis 9:6 te horen?
# We also have a scripture reference to the comprehensive, pre-Sinai law in God's statement about Abraham:{{:Scriptblock|Genesis 26:5}} <br/>The terms "commandments, statutes, and laws" are used together elsewhere in scripture (e.g. Deut.11:1) to denote the <em>whole</em> of God's law. This implies that God's detailed laws were given prior to the ones associated with the Sinai Covenant. Merely because we do not have a record of certain laws and instructions which God gave, doesn't mean that he didn't give them. We infer their existence by "good and necessary consequence."
+
# We hebben ook een Schriftelijke verwijzing naar de uitgebreide, pre-Sinai wet in God's verklaring over Abraham:{{:Scriptblock|Genesis 26:5}} <br/>De termen "geboden, wetten en wetten" worden elders in de Schrift (bijv. Deut.11:1) samen gebruikt om het <em>gat</em> van Gods wet aan te duiden. Dit impliceert dat God's gedetailleerde wetten werden gegeven vóór de wetten die met het Sinaïverbond werden geassocieerd. Alleen omdat we niet beschikken over een verslag van bepaalde wetten en instructies die God heeft gegeven, betekent dit niet dat hij ze niet heeft gegeven. We leiden hun bestaan af door "goede en noodzakelijke gevolgen".
# The book of Genesis contains extensive references and allusions to detailed laws covering a similar scope to the ones we find in the other four books of the Pentateuch. It implies a legal framework that encompasses (at a minimum) contract law, family law (including levirate marriage), criminal law, covenants, treaties, and judicial procedure.<ref>See, for example, James Bruckner, <em>Implied Law in the Abraham Narrative</em>, pp. 13-18</ref>
+
# Het boek Genesis bevat uitgebreide verwijzingen en toespelingen op gedetailleerde wetten die een vergelijkbare reikwijdte hebben als die welke we in de andere vier boeken van de Pentateuch vinden. Het impliceert een wettelijk kader dat (ten minste) het verbintenissenrecht, het familierecht (inclusief het leviratenhuwelijk), het strafrecht, convenanten, verdragen en de gerechtelijke procedure omvat.<ref>Zie bijvoorbeeld James Bruckner, <em>Implied Law in de Abraham Narrative</em>, pp. 13-18</ref>.
# The Apostle Paul states that "sin is not reckoned when there is no law," (Rom. 5:13). Yet sin was reckoned against many people groups in the pre-Sinai era, including Sodom and Gomorrah and the Amorites. For example, YHWH told Abraham about the sins which he was reckoning against the Amorites four-hundred years before he would judge them for their sin:{{:Scriptblock|Genesis 15:16}} <br/>Therefore, the Amorites (and all the other peoples in the land of Canaan: Lev. 18:26-30, Deut. 18:9-14) must have had a form of God's law (including the very specific regulations itemized in Leviticus 18 and Deuteronomy 18), otherwise their sin would not have been reckoned to them (a reckoning which brought total destruction to their peoples). Wherever we see God's temporal judgment at work, we can be certain that he made his law available to those people groups. Otherwise, we would have to disagree with Paul's statement in Rom. 5:13.
+
# De Apostel Paulus stelt dat "de zonde niet wordt aangerekend als er geen wet is" (Rom. 5:13). Toch werd de zonde in het pre-Sinaï-tijdperk tegen vele groepen mensen aangerekend, waaronder Sodom en Gomorra en de Amorieten. Zo vertelde YHWH Abraham bijvoorbeeld over de zonden die hij vierhonderd jaar voordat hij over de Amorieten zou oordelen voor hun zonde, afrekende. <br/>De Amorieten (en alle andere volkeren in het land van Kanaän: Lev. 18:26-30, Deut. 18:9-14) moet een vorm van God's wet hebben gehad (inclusief de zeer specifieke voorschriften die in Leviticus 18 en Deuteronomium 18 worden genoemd), anders zou hun zonde niet op hen zijn afgewenteld (een afrekening die totale vernietiging voor hun volkeren met zich meebracht). Overal waar we Gods tijdelijke oordeel aan het werk zien, kunnen we er zeker van zijn dat Hij zijn wet ter beschikking heeft gesteld aan die bevolkingsgroepen. Anders zouden we het niet eens moeten zijn met de uitspraak van Paulus in Rom. 5:13.
  
Therefore, a set of detailed laws, judicial and evidential procedures and punishments must have been available prior to Sinai.
+
Daarom moet er vóór de Sinaï een reeks gedetailleerde wetten, gerechtelijke en bewijskrachtige procedures en straffen beschikbaar zijn geweest.
  
 
</div>
 
</div>

Latest revision as of 16:03, 17 November 2020

Answered Questions

God vestigde een burgerregering vlak na de zondvloed, zoals vastgelegd in Genesis: 6 Whoever sheds man’s blood, his blood will be shed by man, for God made man in his own image. Genesis 9:6WEB

Hierna moet God een gedetailleerde set van statuten hebben onthuld (waarschijnlijk rechtstreeks aan Noach en zijn familie). We kunnen dit afleiden uit vier dingen:

  1. De duidelijke "bloed voor bloed" verklaring in Gen. 9:6 is op zichzelf niet voldoende om het type actie dat YHWH beveelt te begeleiden. Overweeg de volgende vragen die Noach zou kunnen hebben gehad, na het horen van deze eenvoudige verklaring:
    1. Enige bloedvergieten? Of is "bloed" slechts een metonym[1] voor het doden?
    2. Enige moord? Of is moorden uit zelfverdediging legaal? Hoe zit het met doden ter verdediging van anderen?
    3. Wat als het "vergieten van bloed" toevallig is (een bijlhoofd vliegt eraf: Deut. 19:5)? Is er nog steeds sprake van bloedschuld?
    4. Wat zijn de gerechtelijke procedures die gevolgd moeten worden bij het geven van YHWH's vergeldingsrecht? Hoeveel getuigen zijn er nodig? Wat als de getuigen liegen? Wat zou de civiele straf zijn voor een valse getuigenis in de rechtbank?

      Ik zou vragen kunnen vermenigvuldigen, maar je krijgt het punt. God geeft niet alleen dubbelzinnige bevelen om te doden als reactie op een moord. Hij zorgt voor extra begeleiding, en dat moet hij Noah hebben aangedaan. In de Schrift hebben we een verslag van vier afzonderlijke gevallen waarin zelfs Mozes terug moest gaan en YHWH direct om opheldering moest vragen over de wet die hem was gegeven. Wordt er van ons verwacht dat we geloven dat Noach alles zou weten wat een burgerrechter moet weten door alleen maar de uitspraak van YHWH in Genesis 9:6 te horen?
  2. We hebben ook een Schriftelijke verwijzing naar de uitgebreide, pre-Sinai wet in God's verklaring over Abraham:5 because Abraham obeyed my voice, and kept my requirements, my commandments, my statutes, and my laws.” Genesis 26:5WEB
    De termen "geboden, wetten en wetten" worden elders in de Schrift (bijv. Deut.11:1) samen gebruikt om het gat van Gods wet aan te duiden. Dit impliceert dat God's gedetailleerde wetten werden gegeven vóór de wetten die met het Sinaïverbond werden geassocieerd. Alleen omdat we niet beschikken over een verslag van bepaalde wetten en instructies die God heeft gegeven, betekent dit niet dat hij ze niet heeft gegeven. We leiden hun bestaan af door "goede en noodzakelijke gevolgen".
  3. Het boek Genesis bevat uitgebreide verwijzingen en toespelingen op gedetailleerde wetten die een vergelijkbare reikwijdte hebben als die welke we in de andere vier boeken van de Pentateuch vinden. Het impliceert een wettelijk kader dat (ten minste) het verbintenissenrecht, het familierecht (inclusief het leviratenhuwelijk), het strafrecht, convenanten, verdragen en de gerechtelijke procedure omvat.[2].
  4. De Apostel Paulus stelt dat "de zonde niet wordt aangerekend als er geen wet is" (Rom. 5:13). Toch werd de zonde in het pre-Sinaï-tijdperk tegen vele groepen mensen aangerekend, waaronder Sodom en Gomorra en de Amorieten. Zo vertelde YHWH Abraham bijvoorbeeld over de zonden die hij vierhonderd jaar voordat hij over de Amorieten zou oordelen voor hun zonde, afrekende.
    De Amorieten (en alle andere volkeren in het land van Kanaän: Lev. 18:26-30, Deut. 18:9-14) moet een vorm van God's wet hebben gehad (inclusief de zeer specifieke voorschriften die in Leviticus 18 en Deuteronomium 18 worden genoemd), anders zou hun zonde niet op hen zijn afgewenteld (een afrekening die totale vernietiging voor hun volkeren met zich meebracht). Overal waar we Gods tijdelijke oordeel aan het werk zien, kunnen we er zeker van zijn dat Hij zijn wet ter beschikking heeft gesteld aan die bevolkingsgroepen. Anders zouden we het niet eens moeten zijn met de uitspraak van Paulus in Rom. 5:13.

Daarom moet er vóór de Sinaï een reeks gedetailleerde wetten, gerechtelijke en bewijskrachtige procedures en straffen beschikbaar zijn geweest.

  1. Een metonym is een spraakfiguur waarin iets wordt aangeduid met de naam van een ander nauw verwant ding.
  2. Zie bijvoorbeeld James Bruckner, Implied Law in de Abraham Narrative, pp. 13-18